Wapen van de familie Vernooij 17e en 18e eeuw

De afstamming van de

Familie Vernooij

Wapen van de familie Vernooij 17e en 18e eeuw
Hoofdpagina

Naar de database

Meer markante Vernooijen

Literatuur en links


'KNELIS VAN DE RIJNSLOOT'
CORNELIS EVERARDUS THEODORUS VERNOOY (1888-1957)
Een leven van uitersten

Geschreven door C.G.Th.(Kees) Vernooij; oorspronkelijk gepubliceerd in "Van Vernoij to Vernooij", 2002.

Inleiding
Naar sommige mensen wordt meestal vanwege maatschappelijke verdiensten na hun dood een straat of plein genoemd. Dertig jaar later weten veel mensen die daar wonen meestal niet meer waarom een straat of plein naar een bepaald persoon genoemd is. Voor de Wethouder C.E.Th. Vernooijstraat lijkt het op het eerste gezicht vrij duidelijk wat de betekenis van de betreffende persoon is geweest: Vernooy was in het verleden wethouder van de toen nog zelfstandige gemeente Cothen. Of Vernooy naast het wethouderschap nog meer baantjes had, zoals dat in Cothen gezegd werd, is waarschijnlijk slechts bekend bij een klein, meestal hoogbejaard gedeelte van de autochtone Cothense bevolking. Om die reden proberen we in dit artikel een korte schets van het leven van wethouder Vernooy te geven.
Straatnaam te Cothen

Wie was hij?
Cornelis Vernooy [842] wordt op 24 september 1888 op boerderij de Meerboom aan de Tielseweg te Maurik geboren. Hij is het derde kind van Theodorus Vernooy en Johanna van de Leemkolk en wordt vernoemd naar zijn heeroom Kees van de Leemkolk die in die dagen pastoor van Hamersveld (bij Leusden) was. Zijn vader heeft Cornelis eigenlijk nooit goed gekend. Deze overleed op 27 januari 1890 aan longontsteking. Theodorus had een bezoek aan de Utrechtse veemarkt gebracht en was op de thuisreis door en door nat geregend., waardoor hij longontsteking kreeg. Hij is in Maurik begraven. Kort na het overlijden van haar man vertrekt de weduwe met de kinderen naar de boerderij De Rijnsloot in Cothen. Ze trokken daarbij in bij de niet getrouwde broer van Theodorus, nl. Gert Vernooy. Cornelis gaat tot en met zijn 12e jaar in Cothen naar de openbare lagere school en daarna werkt hij, zoals in die tijd gebruikelijk, tot het overlijden van zijn oom Gert in het boerenbedrijf mee. Van Gert Vernooij erft Cornelis in 1912 de boerderij De Rijnsloot. Tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog brengt Cornelis zijn diensttijd als messbediende bij 'De landweer' in waarschijnlijk de Hojelkazerne in Utrecht door. Hiervoor krijgt hij in 1926 het Mobilisatie-Herinneringskruis. Na de Eerste Wereldoorlog is hij enkele jaren penningmeester van de Nederlandse Bond van Rooms Katholieke Dienstplichtigen St. Joris.

Cornelis Vernooij alias Knelis van de Rijnsloot Op 21 november 1916 trouwt Cornelis met Anthonia Johanna Maria van Bemmel [843]. Anthonia van Bemmel was op 28 mei 1888 als dochter van Thomas Johannes van Bemmel en Anna Maria Gerarda van Leeuwen geboren op de boerderij De Vogelpoel in Wijk bij Duurstede. Uit dit huwelijk wordt op 4 september 1917 hun zoon Theo geboren.
De ernstige postnatale depressie van Johanna, die versterkt werd door het feit dat ze ook ten gevolge van dysenterie ernstig was verzwakt, leidt tot levenslange krankzinnigheid. Anthonia wordt tot haar dood op 24 april 1969 verpleegd bij de inrichting voor geesteszieken van de Godshuizen in Vught en Den Bosch en is begraven op de begraafplaats Groenewoud in Den Bosch. Ze overleeft haar man Cornelis ruim 12 jaar. Na een zware beroerte in het najaar van 1956 overlijdt Cornelis op 16 januari 1957 in het Antoniusziekenhuis in Utrecht. Zijn ziekbed had zelfs tot gevolg, dat er vanwege trombose een been geamputeerd moest worden.
Anthonia van Bemmel, vrouw van Cornelis Vernooij Cornelis is in Cothen begraven op de katholieke begraafplaats aan de Kerkweg. Enkele jaren na zijn dood besluit de gemeenteraad van Cothen een straat naar hem te vernoemen. dit wordt de Wethouder C.E.Th. Vernooijstraat.

Liefde voor paarden
De Rijnsloot waarop Cornelis boerde, kan kan het beste in zijn tijd als een gemengd bedrijf getypeerd worden. Een belangrijke plaats in zijn bedrijf namen paarden in. Hij stond bekend als een goede fokker, hetgeen samenhangt met het feit dat hij ook een bekend hengstenboer was. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij landelijke bekendheid de door hem gefokte keurhengst Maarschalk die hij aan G.Top in Woudenberg verkocht had. Zijn grote kennis van paarden had ook tot gevolg dat hij dikwijls als keurmeester of jurylid bij paardenkeuringen en concoursen optrad. In het paardenblad 'In de Strengen' werd Cornelis kort na zijn dood als volgt herdacht: 'een patent man in alle opzichten; een goede vriend, een ambitieus fokker!'

Maatschappelijke betrokkenheid
Voor een deel moet de sterke maatschappelijke betrokkenheid van Cornelis waarschijnlijk toegeschreven worden aan het grote verdriet, n.l. de ernstige krankzinnigheid van zijn vrouw, die zijn leven beheerste. Voor een ander deel moeten we die maatschappelijke betrokkenheid toeschrijven aan de positie die de grote boeren in het Kromme Rijngebied tot in de midden jarig vijftig van de vorige eeuw in het maatschappelijk leven innamen. Na hun huwelijk stopten ze met werken en waren daardoor dikwijls actief in gemeenteraden en in boerenorganisaties. In dat kader moeten ook de vele functies die Cornelis bekleedde gezien worden. Zo was hij, in willekeurige volgorde weergegeven:
- langdurig gemeenteraadslid (bijna 45 jaar), wethouder en locoburgemeester van de gemeente Cothen. In 1910 werd Cornelis op 22-jarige leeftijd lid van de gemeenteraad van Cothen en op enkele jaren onderbreking na bleef hij tot zijn dood lid van de gemeenteraad. Na de oorlog maakte hij ook deel uit van de zogenaamde Noodraad van Cothen. Zijn verkiezing als gemeenteraadslid in 1910 stuitte op grote weerstand bij de gevestigde, oudere boeren. Deze boeren dreigden met name middenstanders met het boycotten van hun zaak als deze op Vernooy zouden stemmen. Ze controleerden de stemming door kleine scheurtjes in de stembiljetten aan te brengen. Een middenstandsgezin kwam daardoor na het stemmen op Vernooy in grote financiŰle problemen terecht.
- medeoprichter en bestuurslid van de fruitveiling 'Wijk bij Duurstede en omstreken'
- bestuurslid van de Fok- en controlevereniging
- voorzitter van het Wit-Gele Kruis
- de laatste katholieke voorzitter van het liberale Utrechts Landbouw Genootschap (ULG)
- medeoprichter en bestuurslid van de landbouwco÷peratie Veelust in Wijk bij Duurstede
- mede-initiatiefnemer van een van de eerste busondernemingen in het Kromme Rijngebied
- medeoprichter en bestuurslid van de Co÷peratieve fruitkoelcellen in Wijk bij Duurstede
- Hoogheemraad van het waterschap Lekdijk Bovendams
- Heemraad van het waterschap 'het Gemene land van Cothen'
- maakte deel uit van de raad van commissarissen van de Stichtse Olie- en Lijnkoekenfabriek (SOL) te Utrecht
- bestuurslid en voorzitter van de co÷peratieve brandverzekering
- secretaris van de Cothense Raiffeisenbank
- beschermheer van de Cothense voetbalvereniging Fortissimo
- bestuurslid van de VLN (Vereniging Landbouwtuigpaard Nederland)
Bekijken we deze lijst functies, dan zien we dat Vernooy zowel plaatselijke, regionale als landelijke functies vervulde. Het is dan ook niet vreemd dat Cornelis een bekendheid genoot die zich tot ver buiten de grens van de gemeente Cothen uitstrekte.

De Persoon
Ondanks dat zijn levenspad niet over rozen verliep, stond Cornelis bekend als iemand met een opgeruimd karakter die zijn ingrijpende levenslot met grote waardigheid droeg. Daarnaast kan hij niet zomaar gezien worden als een vertegenwoordiger van het sterk behoudende katholieke boerenestablishment van zijn tijd. Zo was hij de eerste Cothenaar die een motor aanschafte, n.l. een Douglas, hetgeen in het toenmalige uiterst conservatieve boerenmilieu als ongewenste nieuwlichterij werd gezien. Begin jaren vijftig reed hij enige tijd op een bromfiets - een Mosquito - rond.
Opvallend was ook zijn kenmerkende verschijning in het openbare leven: een driedelig pak met een Engelse bolhoed op zijn hoofd; een boerenkiel met een pet droeg hij nooit. Het beste kan Cornelis getypeerd worden als een sociaal-liberale boer. Het sociale blijkt uit zijn betrokkenheid bij het wel en wee van de Cothense gemeenschap en bij vooral mensen aan de onderkant van de samenleving. Zijn liberale instelling komt naar voren uit het openstaan voor en het geven van kansen aan nieuwe ontwikkelingen, maar ook uit het feit dat hij moeite had om alleen te leven binnen de katholieke zuil. Zo had Cornelis groote moeite met het feit dat hij onder druk van de katholieke kerk zijn lidmaatschap en voorzitterschap van de plaatselijke afdeling van het liberale ULG (Utrechts Landbouw Genootschap) moest opgeven. Hij onderhield namelijk zowel met katholieke als protestantse boeren vriendschappelijke relaties en hield niet van een verzuilde hokjesmentaliteit. Deze houding heeft er o.a. toe geleid dat hij nooit is gevraagd lid te worden van het katholieke kerkbestuur. Verder behoorden ook middenstanders en intellectuelen tot zijn vriendenkring. Zijn liberale opstelling blijkt ook als hij onder protest van collega-boeren grond beschikbaar stelt om in september 1929 de oprichting van de Cothense voetbalvereniging Fortissimo mogelijk te maken. Overigens had hij aan het beschikbaar stellen van een voetbalveld wel een bepaling verbonden. Zijn koeien mochten de hele week op het voetbalveld lopen, behalve op de uren dat er getraind of gevoetbald moest worden!
Tijdens een feestavond van de voetbalvereniging in oktober 1948 werd hij door dhr. W. van Spelde in zijn hoedanigheid van beschermheer als volgt toegezongen:
Cornelis Vernooy dat is een man,
Ja daar kun je vast op aan,
Hij hielp onze club mee op weg,
Vernooy we danken u terecht.

Vernooy was geen zichzelf op de voorgrond plaatsend figuur. Ook was hij geen vlot spreker. Toch straalde hij iets uit, waardoor er rekening met hem werd gehouden. In de Wijkse Courant typeerde men hem kort na zijn dood als volgt: "Er ging van deze integere figuur iets uit, waardoor hij zich liet gelden. Vernooy was er en dat was steeds een stem van waarde. Aan zijn gezond oordeel, zijn karaktervastheid onderwierp men zijn graag, want deze man, wars van politieke berekening, kende nog als voornaamste motief van zijn handelen de inspraak van zijn geweten".
In de eerste gemeenteraadsvergadering na zijn overlijden, herdacht burgemeester Kentie de overledene als volgt: "Ik eer de nagedachtenis van de heer Vernooy niet omdat dit ambtshalve moeilijk achterwege kan blijven, maar op de eerste plaats in het besef, dat wij een goede ingezetene van de gemeente verloren, een wethouder wiens onbaatzuchtigheid boven iedere verdenking stond, een sympathiek mens en een vriend voor velen. Wij zijn dankbaar voor wat hij voor de gemeente en voor ons is geweest.

Cornelis als opa
Als kleinkind herinner ik me opa als een zachtaardige man, die veel met ons deed. Hij bracht me, toen ik voor het eerst naar de lagere school moest, naar school, maar ging ook met mij en mijn broers mee naar de tandarts in Wijk bij Duurstede. Van mijn moeder hoorde hij altijd, dat hij de kleinkinderen veel te veel verwende. Ook staat me nog steeds bij dat hij vaak visite en dikwijls kaartavonden had. Kaarten deed hij altijd met zijn vrienden uit het middenstandsmilieu, zoals aannemer Jan de Gier, smid Jan van Echteld, slager Gerard Buschgens en verzekeringsman Bernard van Sterkenburg. Nu realiseer ik me pas, dat er nooit boeren kwamen kaarten.

Tot slot
Dit artikel gaf ik als ondertitel 'Een leven van uitersten' mee. Hiermee wil ik zeggen, dat Cornelis Vernooy aan de ene kant in zijn privÚ leven een bijna onmenselijk zwaar kruis droeg, maar aan de andere kant toch niet bij de pakken neerzat en zijn leven een zinvolle invulling probeerde te geven.

Literatuur: - In de Strengen, januari 1957
- Wijkse Courant, januari 1957
- Het Centrum, januari 1957
- Utrechts Nieuwsblad, januari 1957

*Laatst bijgewerkt op 5 juni 2007.


Over deze website

Vragen of opmerkingen, mail ons: